Ik had laatst een wonderlijk gesprek met een jonge maker. Ze was een creatieveling die weer wilde gaan schrijven, maar daarvoor wel uit een depressie moest zien te komen. Ze is activist en zoals veel activisten best wel depressief over hoe het er nu aan toegaat in de wereld. Hoe zeer ze zich er ook voor inzet, de oorlog in Gaza raast door, de situatie wordt steeds grimmiger. Waarom zou ze nog schrijven? Alle mensen in haar omgeving zaten er hetzelfde in, ze vond eigenlijk dat ze een voorbeeldfunctie had, maar waar moest ze de motivatie vandaan halen?
Overvloed
Ik vroeg haar waarom ze schreef. En terwijl ik het vroeg, realiseerde ik me dat de reden dat ik schrijf nauw verbonden is met de tijd waarin ik ben opgegroeid. Toen ik opgroeide las ik nog de achterkant van het melkpak, want er was zo weinig om te lezen. Ik schrijf (nog altijd) uit nieuwsgierigheid en ik schrijf om de ander te bereiken. Ik schrijf omdat ik denk dat als ik je kan uitleggen hoe het leven is in Irak, of Rwanda of tegenwoordig als druggebruiker in Nederland, als ik dat goed kan vertellen, jij je dan kunt verplaatsen in die ander, en je om diegene gaat geven. Zoals ooit de boeken van Khalid Husseini (‘De vliegeraar’ bijvoorbeeld) mensen in Afghanistan voor ons hier tot leven wekten. En we in actie wilden komen om daar vrede te brengen. Tsja, dat was een andere tijd.
Voor de jonge activiste is dat anders. Zij groeide op in een tijd van informatieovervloed, in een tijd waarin iedereen zijn eigen waarheid heeft. Nu als ze schrijft is dat voor haar eigen groep. En daarmee bedoelde ze, begreep ik na enig doorvragen, niet alle jongeren in Nederland, of alle activistische jongeren in Nederland, maar alle jongeren met een migratie-achtergrond die in Nederland zijn opgegroeid en activistisch in het leven staan.
Verbinden
‘Oh,’ zei ik. ‘Ja dat kan natuurlijk ook.’
Het kan, dacht ik, maar dan snap ik wel waarom het schrijven zo zwaar voor je is. Want je schrijft niet om te onderzoeken, maar om gehoord te worden.
Het gesprek heeft me nog lang beziggehouden. Het spannende aan deze tijd is dat iedereen of veel meer mensen de kans krijgen om van zich te laten horen. Dat we niet meer alleen maar hoogopgeleide, witte, veelal mannelijke journalisten hebben die ons een beeld van de wereld voorschrijven, maar juist allerlei perspectieven zien. Maar als we allemaal alleen nog maar schrijven of maken om onze eigen identiteit uit te dragen aan onze eigen groep, waar vinden we elkaar dan nog?
Mijn tijd, de tijd van een tekort aan informatie en zoeken en verbinden, is voorbij. Haar tijd, die van informatieovervloed en iedereen zijn eigen stem, tja, die heeft eerlijk gezegd ook zo zijn minpunten. Ik kijk al uit naar wat er hierna komt. Heb je daar ideeën over? Ik hoor ze graag!