Het eerste dat ik dacht toen ik vrijdag het nieuws zag was: laat maar. Ik wilde mijn laatste nieuwsbrief van voor de zomer uitsturen, maar wat heeft het voor zin als het parlement van het land waarin je woont een wet aanneemt waarmee mens-zijn illegaal wordt? Ik bedoel, wat heeft maken voor zin, als alle menselijkheid wegvalt?
Vreemd genoeg was dat ook precies waarover dit blog zou gaan.
Frustratie
Ik zie namelijk geregeld subsidieaanvragen voorbij komen met een ondertoon van frustratie, vermoeidheid of ronduit boosheid. Een Freudiaanse verschrijving dus.
De schrijver is bijvoorbeeld moegestreden na een serie afwijzingen. In dat soort aanvragen lees je iets verongelijkts. Of de schrijver is niet helemaal overtuigd van zijn verhaal. Je vindt in zo’n aanvraag vaak ‘heel’ terug: heel geweldig mooi. Of de schrijver is ervan overtuigd dat de wereld haar niet begrijpt. Die komt met hele ingewikkelde zinnen overladen met vaktermen, zinnen die compleet onnavolgbaar zijn. Ik denk dan spontaan: de schrijver heeft een hekel aan mij.
Waardevolste bezit
Want wat doet die Freudiaanse verschrijving met mij, de lezer? Ik wil niet verder lezen. Tijd is namelijk, beste maker, mijn waardevolste bezit. En lezen kost tijd. Lezen moet me dus altijd óók plezier geven, ja, zelfs een subsidieaanvraag. Ik wil tijdens het lezen denken: Yes, dit moet gebeuren! Als dit project doorgaat, wordt de wereld toch weer een klein beetje mooier/beter/rijker!
Goed, terug naar die extra lading dus. Die extra lading in een tekst noemen romanschrijvers ook wel “subtext”. Het is één van de belangrijkste tools uit de gereedschapskist van de schrijver. Een waar het dan ook veel over gaat als je bijvoorbeeld een cursus fictie schrijven volgt aan de International Writers Collective. Je leert er dat de sfeer die je oproept bijvoorbeeld kan contrasteren met je hoofdpersoon of de situatie waarin je hoofdpersoon zich bevindt. En nou ja, in de literatuur is het de bedoeling dat je dat bewust doet. Voor wie meer wil lezen over hoe je de onderstroming van je verhaal bewust inzet, lees het boekje The Art of Subtext.
Subtext
Helaas komt die onderstroming in niet-literaire teksten zoals subsidieaanvragen, rapporten of gewone journalistieke projecten er juist vaak onbewust in. Oeps! Want wat kan je lezer ermee? Als het onbewust gebeurt, vroeg ik me af, hoe spoor je dan je eigen subtext op?
Dit zijn mijn oplossingen en ik ben benieuwd of jij een andere tip hebt:
1 Ga voor jezelf na of je je tekst met een bepaalde emotie hebt geschreven. Was je boos, geïrriteerd of anderszins? Geloof je zelf in je verhaal? Nee? Vraag dan iemand anders om de tekst nog even na te lezen.
2 Print de tekst uit en lees hem door de ogen van een welwillende, goedgezinde vreemde. Of vraag Word om de tekst aan je voor te lezen. Welk gevoel roept je verhaal op?
Daar komt vanaf vorige week nog een derde advies bij:
3 Blijf menselijk. En vertrouw erop dat je niet de enige bent.