Werk je aan een mooi project en ben je nog maar net begonnen? Of misschien ben je al een tijdje bezig, maar komt er steeds iets tussen, leg je het weg en moet je het er dan weer bij pakken?
Een van de adviezen die ik het vaakste geef – of iemand nu werkt aan een fotoproject, of een non-fictieboek – is om een dagboek bij te houden. Een simpel schoolschriftje of een fraai cahier, het maakt niet uit, maar schrijft er met de hand nieuwe ideeën in, treffende uitspraken, onverwachte bronnen en eerder verschenen verhalen over jouw onderwerp. Maar vooral ook: waar je op dat moment het meest nieuwsgierig naar bent.
Nieuw inzicht
Wat hoop je te weten te komen met dit project? Wat hoop je dat het project voor je gaat doen? Wat heb je ontdekt? Hoe voelde dat? Wanneer lag je wakker of sprong je een gat in de lucht? Welke grafiek of foto drukt het beste je nieuwe inzicht uit?
Een van de meest gemaakte fouten is dat je met de kennis van nu je verhaal wilt vertellen. Dan slaat het verhaal al snel dood. Storytelling gaat heel vaak over de route die je aflegt. Je stelt je een vraag of een doel en gaat op onderzoek uit. Je bent nieuwsgierig, je hebt vooroordelen, een honger naar antwoorden en doet gaandeweg ontdekkingen. Welke nieuwe inzichten deed je onderweg op? Hoe ontwikkelde zich jouw voortschrijdende inzicht? Achteraf is dat vaak bijna niet meer te reconstrueren. Doe het dus tijdens. Het helpt je om achteraf te zien wat de grote mijlpalen waren in je zoektocht. En die zoektocht, dat is precies de manier waarop je je publiek meeneemt.
Verwondering
Life is what happens while you’re busy making other plans, zoals het nummer gaat. Vaak gaan verhalen niet over die plannen, maar over het leven dat je leidt, over alle afslagen die je neemt om je plannen te bereiken. Daar zit de emotie en de verwondering – en die zijn cruciaal voor je verhaal.
En waarom met pen en papier? Het dagboek is, zoals het betaamt, alleen voor jou. Het zijn geen affe teksten, het hoeft geen perfecte zinnen te bevatten, het hoeft je kunstenaarschap niet te bewijzen. Dat geheime schrift dat verder niemand ooit leest, dat mag precies zo naïef zijn als dat van een twaalfjarige die op het punt staat om naar de grote school te gaan. Graag zelfs.