0
Portfolio

Wat je aan jezelf kunt veranderen… en wat niet

Het is “in” in onze maatschappij om te geloven dat je precies kunt zijn wie en hoe je wilt zijn. Dat alle negatieve kanten van jezelf veranderbaar zijn, met een andere kleur contactlenzen, een permanentje of liposuctie. Alles is ook te leren: assertiviteit, effectief leiding geven. Wie het niet redt in deze maatschappij om succesvol, slank, en gelukkig te zijn heeft dat vooral aan zichzelf te danken. Maar is alles wel zo veranderbaar?

Auteur: Paulien Bakker. Verschenen in: Psychologie Magazine

Seksuele dysfuncties: voor 80 procent

Rik van Lunsen, hoofd seksuologie van het AMC en arts-seksuoloog:

– Veranderbaarheid: “Tachtig procent is te genezen.”

– Oorzaak: “Seks is een heel ingewikkeld terrein. Problemen hebben een biologische, psychologische en sociale (relationele) achtergrond. Het is daarom van belang om altijd te onderzoeken hoe het probleem is ontstaan. Het AMC is voor veel mensen het laatste station. In een eerder stadium zijn ze dan in de helft van de gevallen al ten onrechte eenzijdig gediagnosticeerd; is het probleem alleen psychisch, dan wel alleen biologisch gediagnosticeerd. Wij hanteren een meersporenbeleid.”

– Behandeling: “De belangrijke dysfuncties zijn bij vrouwen geen zin, gevolgd door pijn bij het vrijen en ten slotte een opwindingsstoornis. Bij mannen staat opwindingsstoornis op één, pijn op twee en geen zin en andere klachten op drie. Seksuele dysfuncties, in onze visie, is aangeleerd gedrag en dat kan ook weer worden afgeleerd. We kiezen daarom vaak voor een gedragsmatige behandeling. Het gaat om een cognitieve herstructurering: het aangaan van een ander, meer effectief denkpatroon.”

Angsten: voor 75%

Paul Emmelkamp, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam:

– Veranderbaarheid: “Ongeveer 75% is te genezen of tenminste te verbeteren. Dat aantal is net zo groot als bij depressies, maar de terugval is aanzienlijk kleiner.”

– Oorzaak: “Zwaardere angststoornissen bevatten mogelijk een genetische component bevatten; als je moeder een paniekstoornis heeft, dan is de kans dat jij ook een angststoornis krijgt wel iets groter.”

– Behandeling: “De minder ernstige, enkelvoudige fobieën, zoals hoogtevrees, claustrofobie en angst voor dieren zijn goed te genezen met gedragstherapie. Door middel van exposure, dus blootstelling, wordt de cliënt in de regel in drie tot vier zittingen van zijn fobie afgeholpen. Zwaardere angststoornissen, dat zijn de paniekstoornis, sociale fobie, dwangstoornis en Post-Traumatische Stress Stoornis, vragen meer tijd. De meeste cliënten kunnen met zo’n twintig sessies worden geholpen. Bij deze stoornissen kan ook cognitieve therapie helpen. De dwangstoornis is de meest ernstige angststoornis. Twee procent van de Nederlanders heeft er last van. Wie lijdt aan een dwangstoornis moet altijd dingen controleren of oneindig vaak de handen wassen. Om dat probleem op te lossen is vaak een combinatie van therapieën nodig.”

Depressies: tijdelijk 75%

Paul Emmelkamp, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam:

– Veranderbaarheid: “Ongeveer 75 procent is veranderbaar. Maar zo’n 40 procent valt binnen twee jaar weer terug in de depressie. Eén op de vijf mensen krijgt in zijn of haar leven met een depressie te maken.”

– Oorzaak: “Sommige mensen hebben een biologische kwetsbaarheid om depressief te raken; er komt bijvoorbeeld veel ernstige depressiviteit in de familie voor. Anderen hebben een psychologische kwetsbaarheid, dat wil zeggen, ze kunnen slecht met moeilijke situaties overweg. Die kwetsbaarheid kan, als een moeilijke situatie zich voordoet, leiden tot depressiviteit.”

– Behandeling: “Uit onderzoek weten we van drie behandelmethodes dat ze werken. Antidepressiva, psychofarmica dus, werken bij een groot deel. Maar wie stopt met medicijnen krijgt een terugslag. Een andere methode is de cognitieve gedragstherapie. Daarbij staat het zelfbeeld centraal en wordt de cliënt uitgedaagd om te onderzoeken of zijn gedachtes ook juist zijn. Tot slot is er de interpersoonlijke psychotherapie, speciaal ontwikkeld voor depressieven. Bij deze therapie ligt de nadruk op relaties met anderen. Als de depressie voort komt uit relatieproblemen, dan kan een gedragstherapeutische relatietherapie ook helpen.

“Wat je zelf kunt doen als je depressief bent, is zorgen dat je wereldje niet steeds kleiner wordt. Je moet actief blijven, dingen blijven ondernemen die misschien in de toekomst wel weer plezierig worden.”

Alcoholisme: zo’n 50 procent

Peter Geerlings, eerste geneeskundige van het Jellinek:

– Veranderbaarheid: “In ruim de helft van de gevallen is de kwaliteit van leven te verbeteren maar de kans op terugval blijft erg groot. Zeker het eerste jaar raden we dan ook aan geen druppel te drinken.”

– Oorzaak: “Er is een wisselwerking tussen erfelijke factoren en omgeving. Als je vader alcohol misbruikt, dan is de kans aanzienlijk groter dat jij dat ook zult doen. Sommige mensen lijken ook een soort bescherming te missen; ze moeten eerst vier tot zes glazen drinken voordat ze er iets van merken. Die mensen blijken na verloop van tijd meer kans te hebben verslaafd te raken.”

– Behandeling: “Het kan wel tien jaar duren voordat je echt verslaafd bent aan alcohol. Op een gegeven moment blijkt het hele leven van een alcoholist om de alcohol te zijn gepland.

“De beste behandelmethode voor alcoholmisbruik is een combinatie van medicatie en gedragstherapie. Via de huisarts kun je pillen krijgen die de behoefte aan veel alcohol tegen gaat in de hersenen, of die je misselijk maken als je wel drinkt. Daarnaast is het belangrijk om tijdig de cues, signalen, te herkennen die de behoefte aan alcohol versterken. Als je gewend bent een borrel te drinken zodra je uit je werk komt, dan zul je voor dat moment een andere invulling moeten bedenken.”

Roken: zo’n 35%

Trudy Prins, directeur van STIVORO (Stichting Volksgezondheid en Roken):

– Veranderbaarheid: “Bij een eerste poging zonder hulp van buitenaf lukt het zeven procent om te stoppen. Maar, net als het autorij-examen, verhoogt de kans op succes als je het vaker hebt gedaan. Wie met een combinatie van therapieën zijn rook-probleem aanpakt, heeft een kans van zo’n 35% op succes.”

– Oorzaak: “Nicotine raakt het lichaam sneller aan verslaafd dan aan alcohol of cocaïne. Maar omdat het geen sociaal hinderlijk gedrag veroorzaakt wordt het probleem minder serieus genomen. Wat er gebeurt is dat er nicotine-receptoren in het hoofd worden aangemaakt, al na een paar sigaretten, die blijven vragen om nicotine. Bovendien hoort roken bij de rituelen van de dag, bijvoorbeeld bij het avond eten.”

– Behandeling: “Er zijn drie soorten behandel-methoden. Nicotinevervangers als pleisters helpt bij vijftien tot zestien procent van de rokers, therapieën zoals de Carr-cursus ruim twintig procent en tot slot het gebruik van psychofarmica nog eens twintig procent. Zyban, een medicijn dat is ontwikkeld als antidepressivum, is alleen via de huisarts te krijg. Het beste is een combinatie en ook je omgeving erin betrekken, want stoppen met roken brengt een verandering van gedrag met zich mee en daar moet je omgeving je in steunen. Mensen kunnen ook gratis onze hulplijn bellen: 0900 – 9390 voor hulp.”

Introversie/extraversie: bijna niet

Wim Hofstee, hoogleraar met emiraat van de Rijksuniversiteit Groningen:

– Veranderbaarheid: “De karaktereigenschap introversie/extraversie heeft een erfelijkheidscoëfficiënt van 40%. In de grond zijn dergelijke eigenschappen niet erg veranderbaar. Je kunt ook proberen een ketel pratend aan de kook te brengen.”

– Oorzaak: “Waarschijnlijk heeft bij kinderen het gezin waarin ze opgroeien wel enige invloed op de mate van extraversie, maar daar houdt het mee op. Eigenlijk is niet goed vast te stellen hoe introvert of extravert iemand is, want de enige beoordelaar van dergelijke eigenschappen is de persoon zelf, die de persoonlijkheidsvragenlijst in vult. Pas als er meerdere beoordelaars zouden zijn wordt zo’n uitspraak wat betrouwbaarder.

– Behandeling: “Je kunt je wel extravert voordoen, die vaardigheden zijn te leren. Maar in feite ben je dan bezig met toneelspelen. Er zijn tegenwoordig wel cursussen om verlegenheid aan te pakken en die zijn verassend effectief.”

Afvallen: bijna niet

Wolfgang Stroebe, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Utrecht en schrijver van boeken over psychologie en gezondheid:

– Veranderbaarheid: “De meeste mensen lukt het wel om zo’n zeven kilo af te vallen, maar meer dan dat wordt moeilijk. Bij zwaar overgewicht – zo’n tien tot twintig kilo boven het aanbevolen gewicht – is de kans op het bereiken van het ideale gewicht niet zo groot. En in de meeste gevallen komen mensen ook weer aan wat ze zijn kwijt geraakt. Een gezaghebbende studie die net is verschenen spreekt van ‘almost always fail to maintain’; bijna altijd mislukt het om het nieuwe gewicht vast te houden.”

– Oorzaak: “Overgewicht is het gevolg van teveel input (teveel eten dus) en te weinig output (bewegen). Er ligt een genetische component aan ten grondslag in combinatie met een gedragscomponent. Het lijkt erop dat mensen met overgewicht in de regel graag en teveel vet eten tot zich nemen.”

– Behandeling: “Mijn advies zou zijn minder vet eten en meer bewegen. Het is beter om niet altijd op dieet te zijn, blijf gewoon door eten maar dan meer groente en minder vet.”

Kader:

De veranderbaarheid van de mens

Hoe veranderbaar is de mens? De bekende sociaal psycholoog Martin Seligman schreef er een boek over: “What you can change.. and what you can’t”. In het kort beweert hij:

  1. Hoe meer een psychologische aandoening een biologische oorzaak heeft, hoe moeilijker het is om het aan te pakken. Die biologische oorzaak kan het gevolg zijn van erfelijke bepaaldheid maar ook het gevolg zijn van bepaalde “preparedness”, ofwel omdat de mens dankzij de evolutie daar een bepaalde structuur voor heeft. Zo zijn we sneller geneigd om bang te worden van open ruimtes dan voor auto’s, alhoewel die laatste eerder een levensbedreiging vormen in deze tijd dan de eerste. Een aangeleerde gewoonte veranderen is een stuk makkelijker.
  2. Hoe makkelijker het is om een overtuiging (belief), onderliggend aan een probleem, te bevestigen (“Van roken raak ik ontspannen”), hoe moeilijker het is om het tegendeel te bewijzen en het werkelijke probleem aan te pakken.
  3. Als een belief, overtuiging, dat gekoppeld is aan het probleem veel kracht heeft, is het moeilijker om het probleem aan te pakken dan wanneer de onderliggende overtuiging minder kracht heeft.

You Might Also Like...