0
Mensen

Verlangen naar Syrië

Met een Syrisch-Koerdische tolk bezoek ik het kamp Domeez, op een zanderige vlakte even buiten de Koerdische grensstad Duhok in het noorden van Irak. De tolk is rond de dertig, studeerde geografie in eigen land en werkt sinds kort bij een adviesbureau in Erbil. Het bevalt hem maar matig. Koerdisch Irak wordt overspoeld door Syriërs en zijn werkgever besloot daarom onlangs zijn salaris te halveren. Een minibusje brengt ons naar de ingang van het kamp. We lopen zo door, niemand vraagt ons wie we zijn. De vluchtelingen wonen in ruime UNHCR-tenten opgezet rondom een rechthoekig houten frame. Er staan 106.000 vluchtelingen geregistreerd, maar er wonen er maar zo’n 32.000. De meesten verlaten het kamp om naar werk te zoeken of keren berooid terug.

Bij een kioskje in het kamp raken we in gesprek met Nadia, die ons uitnodigt in haar tent. De achttienjarige, tanige Nadia vond een paar weken na aankomst een baantje in een kledingzaak voor zes dagen in de week. Ze verdient negen dollar per dag. Ze is hier met haar ouders, drie boers en een zus, vertelt ze, zittend op een dun matrasje. Haar vader zegt trots: ‘Ze is slim, en ze is openminded.’ Nadia vult aan met een spottende glimlach: ‘Maar ik heb geen geluk.’ Ze studeerde Arabisch in Aleppo, tot de universiteit werd gesloten. ‘De rebellen zeiden: “Als we het leven niet stoppen in Aleppo, gaat Bashar niet weg”,’ vertelt Nadia. Ze vochten vlakbij de universiteit, Nadia wist nog op tijd weg te komen. Het gezin komt uit de Koerdische stad Gamisli, waar haar vader met groentes door de wijk reed. Toen de benzineprijzen omhoog gingen, bracht dat niets meer op. Nadia’s grootouders bleven achter in hun huis in Gamisli – ze konden de klim naar Irak, een half uur lopen over onverharde wegen door de heuvels, niet meer maken. Nadia en haar vader verlangen terug naar Syrië.

We spreken die dag met allerlei vluchtelingen die met hun hoofd nog aan de andere kant van de grens zijn. Een nieuwkomer vertelt: ‘Mijn broer belde me op een dag. Hij zei: haal me uit het leger, er vallen zoveel doden.’ Hij is 29, met een lang gezicht, en wil zijn naam niet prijsgeven. Het zou kunnen dat ze nog teruggaan en de spionnen van Assad zijn overal. Hij regelde een vals identiteitsbewijs en haalde zijn broer op. Zijn broer vluchtte richting Turkije. Hij, zijn vrouw en hun pasgeboren baby staken de grens over naar Duhok. Ze logeren nu in de tent van een ver familielid, terwijl hij zoekt naar werk. Zijn vrouw legt de baby voor zich op het vloerkleed en verzucht: ‘Ik zou het liefst vandaag nog teruggaan naar Damascus.’

blog DomeezMijn tolk heeft andere plannen, vertelt hij als we ’s avonds in de buurt van ons hotel wat gaan eten. Zijn broer en zus zijn vanuit Syrië naar Duitsland gevlucht. Hij denkt erover om hen achterna te reizen. ‘Waarom vertel ik jou dit? Ik heb dit nog aan niemand verteld,’ zegt hij ineens. Het optrekken met mij, legt hij uit, herinnert hem aan wie hij was voordat hij een vluchteling werd. We keren de volgende dag beiden terug naar Erbil. Als ik hem een paar dagen later bel, vertelt hij dat hij zijn baan heeft opgezegd en de mensensmokkelaar heeft gebeld. Een paar weken later is hij verdwenen.

Een paar maanden later meldt hij zich weer. Hij is aangekomen in Athene. Weer een aantal maanden later arriveert hij in Duitsland. Terwijl een stroom jonge moslims illegaal de andere kant op reist om zich aan te sluiten bij de Jihad, heeft hij net een verblijfsvergunning gekregen. Er staat hem nog een lange weg voor de boeg – de taal leren, een huis vinden, een vriendenkring opbouwen, een baan zoeken. Toch is hij monter. Hij is klaar voor zijn eigen jihad.

You Might Also Like...