0
Portfolio

Bij de kinderrechter


Kinderrechters moeten beslissen of een kind onder toezicht geplaatst moet worden (OTS), of dat de ouders het wel zonder verplichte hulp verder afkunnen. Dat vergt een goede voorbereiding en vooral doortastend optreden.

Het is maandagmiddag en in de rechtbank van Amsterdam is het een komen en gaan van ouders, kinderen en hulpverleners. Op de drukke gang noteert de bode, in driedelig blauw, de namen van bezoekers en loopt dan door naar de rechtszaal. Rechter Quirine Falger (halflang donker haar, 46) houdt deze middag zitting. Naast haar in hetzelfde rechtbankzwart zit griffier Francine Nijland. De bode neemt de lijst met bezoekers door. ‘Stuur ze snel naar binnen,’ zegt Falger, ‘we lopen al een half uur achter.’

De twaalfjarige Ahmed* voor wie Bureau Jeugdzorg bij de rechter een verlenging van de Onder Toezicht Stelling (OTS) aanvraagt, is er niet. Maar zijn vader en moeder zijn er wel, samen met een advocaat en uiteraard Bureau Jeugdzorg dat pleit voor dat verlengde toezicht.

‘Welkom,’ zegt de rechter als het gezelschap binnenkomt. De rechtszaal is iets groter dan een klaslokaal. Aan het eind, frontaal naar de deur en op een kleine verhoging, zit de rechter. Ervoor staan twee tafels met stoelen, daarachter staan stoelen voor bezoekers. ‘We zijn hier in verband met uw zoon. Hij is hier in december ook geweest,’ begint Falger.

‘Nee hoor, hij was hier niet,’ zegt de moeder van de jongen, met beige regenjas en opgestoken donkere krullen. ‘Hij was nog geen twaalf toen.’

‘En waarom is hij er nu niet?,’ vraagt Falger.

‘Hij wilde niet. Ik heb het vanochtend weer gevraagd maar hij zei dat hij hier niets te zoeken had.’

Trots

Toen haar oudste zoon het verkeerde pad op ging, sleurde hij ook Ahmed daarin mee. Maar eigenlijk is het een heel ander kind, betoogt haar advocaat. Ahmed is inmiddels toegelaten tot het lyceum, heeft een aantal gesprekken met een schoolmaatschappelijk werkster gehad en is niet meer zo bang. Een voogd is nergens voor nodig.

Falger vraagt de vader – leren bodywarmer, brede schouders – van Ahmed wat hij ervan vindt.

‘Ik probeer veel tijd met mijn zoon door te brengen,’ hakkelt hij.

‘U vindt het onnodig?,’ onderbreekt ze hem.

‘Ja.’

De moeder breekt in. ‘Bureau Jeugdzorg heeft veel voor mijn oudste gedaan. Daar ben ik ze dankbaar voor. Maar met mijn jongste gaat het goed.’

Falger: ‘Ik heb het rapport gelezen. Ik begrijp dat Ahmed het inderdaad goed doet. Het is een jongen om trots op te zijn.’

‘Ja!,’ roept zijn moeder gelijk.

Falger: ‘Maar je kunt van buiten niet altijd zien wat er van binnen in iemand omgaat.’

‘Maar hij heeft geen slapeloze nachten meer. Hij is vrolijk nu. Hij heeft alleen rust nodig.’

Falger vraagt: ‘Zou u het als een afgang ervaren als ook uw jongste onder toezicht blijft staan?’

‘Hij zegt zelf dat hij zijn oudere broer niet is,’ zegt Ahmeds moeder koppig.

Het woord is aan Bureau Jeugdzorg. De hulpverleenster, een dertiger met kort blond haar en lichtkleurig spijkerjackie, betuigt dat Ahmed veel heeft meegemaakt, en dat nu weliswaar de rust is teruggekeerd, maar dat zijn oudere broer vorige maand nog iemand heeft neergeschoten. Hij zit nog vast, maar komt straks weer vrij. ‘Het is een misverstand om te denken dat een kind dat niet de veroorzaker van de problemen is, geen eigen ruimte nodig heeft om alles te verwerken.’

Falger: ‘Is het wegvallen van de huidige schoolmaatschappelijk werker, als Ahmed straks naar de middelbare school gaat, de enige reden voor een OTS?’

Bureau Jeugdzorg: ‘We denken ook dat de moeder te optimistisch is. Moeder wil wachten tot er signalen zijn. We weten dat Ahmed genoeg heeft meegemaakt, om niet die signalen af te wachten.’

‘Maar nadat Ahmed in december OTS kreeg toegewezen, kwam hij op een wachtlijst en intussen regelde zijn moeder gesprekken voor hem met schoolmaatschappelijk werk. Ze heeft dus al bewezen zelf tijdig hulp in te schakelen,’ betoogt de advocaat.

Falger en de griffier trekken zich een minuut terug in een zijkamertje. Als ze weer op haar plek zit, zegt Folger: ‘Ik kan zo snel beslissen omdat ik de zaak van tevoren heb bestudeerd.’ Dan kijkt ze nadrukkelijk Ahmeds moeder aan en zegt: ‘Mijn beslissing is als volgt. Ik wijs het verzoek af. Geen OTS voor Ahmed. Ik heb vertrouwen in u als moeder.’

Ahmeds moeder barst in huilen uit.

‘Het staat bureau Jeugdzorg natuurlijk altijd vrij om in een later stadium opnieuw OTS aan te vragen.’

Misdaan

Als Falger ook in de laatste zaak een uitspraak heeft gedaan – een vader die klaagt dat de gesloten jeugdinrichting waar zijn kind zit niet streng genoeg is, de OTS wordt verlengd. Falger tegen de vader: ‘U bent boos he?’ – knoopt Falger haar toga los en loopt, ze draagt een donkerblauwe ketting en spijkerbroek, en loopt de zaal uit. Het is een lange, inspannende zit geweest.

Een dagdeel per week houden Falger en haar collega’s OTS-zittingen. Deze middag stonden er negen zaken op de rol. Een simpele zaak mag een kwartier duren, meer ingewikkelde zaken een half uur. De voorbereiding van al die zaken heeft nog eens driekwart dag gevergd. Het aantal OTS-zittingen neemt toe in ons land, terwijl het aantal kinderrechters gelijk blijft – en dus stijgt de werkdruk. OTS is zwaarder, of althans ingrijpender dan jeugdstrafzaken, menen Falger en haar collega’s. Bij OTS kan het namelijk ook om heel jonge kinderen gaan. Kinderen die niets hebben misdaan, maar toch bij de rechtbank belanden.

Dwang

In de auto terug naar huis passeren de zaken nog één maal de revu. Zoals de 17-jarige Juan, die gelijk na Ahmed kwam. Na een lang en niet altijd plezierig traject in de gesloten jeugdzorg wil Juan niet dat zijn ouders of hulpverleners weten waar hij woont, en dus ook geen OTS. ‘Ik wil geen gezeik,’ had hij gezegd. Ondanks alle ellende die ze met hem te verduren had gehad, had de moeder van Juan toch trots naar haar zoon gekeken. Falger had het verzoek om voortzetting van de OTS afgewezen. Niet omdat ze geloofde dat het wel goed komt met Juan, maar omdat ze niet geloofde dat het onder dwang goed zal komen.

Dan was er de bezoekregeling van een moeder van een driejarige tweeling. De tweeling woont bij vader, moeder kan haar kinderen een uur in de maand zien – een uur, niet meer, omdat er geen tijd is bij bureau Jeugdzorg voor meer begeleiding. Ze moesten het er maar mee doen.

En het verhaal van een jonge vrouw die zelf altijd verwaarloosd is, nu in een opvanginstelling voor alleenstaande moeders zit maar zich niet aan de regels wil houden, ook al zijn die regels er juist om haar baby de rust en regelmaat te geven die het nodig heeft. Ze heeft al twee officiële waarschuwingen gehad, bij de volgende belandt ze op straat.

En dan was er nog Andrea. Andrea heeft volgens haar school problemen met agressie. ‘Zo was ik ook,’ had haar moeder gelijk uitgeroepen. En later: ‘De school kan nog meer zeggen, maar ze liegen. Mijn dochter is eerlijk tegen mij. Ze begint niet, de anderen beginnen.’ Alhoewel Falger best begreep dat dochter Andrea geen zin had in een OTS, was het, met een moeder die de schuld altijd buiten zichzelf neerlegt en de dreiging dat ze van school zou worden gestuurd, toch noodzakelijk om een OTS op te leggen. Nu maar hopen dat Andrea zich openstelt voor begeleiding.

* Alle namen van de kinderen zijn gefingeerd.

You Might Also Like...